Pachten

Pachten, pachters en pachtpakketten
De Landcooperatie heeft met haar pachters concrete afspraken gemaakt over het bewerken van de gepachte gronden. Deze zogenoemde pachtpakketten voor de boeren bevatten criteria met het doel de gronden zodanig te bewerken dat de bodem, het water en de biodiversiteit verbetert. Afwijken van de criteria kan alleen in overleg met en na goedkeuring van het bestuur van de Landcoöperatie.

De pachtpakketten:

Pachtpakket 1:
Bouwplan 5 jaar,
bestemming landbouw

  • Het is niet toegestaan uien, bollen, lelies, asperges, aardappelen, aardbeien, prei te verbouwen of bomen te planten.
  • Minimaal 10% van de totale gepachte gronden dient in het voorjaar in stroken te worden ingezaaid met inheemse soorten ten behoeve van bijen en natuurlijke vijanden (bloemrijke/nectar planten). Dus niet op perceel niveau en vooral kijkend naar plaatsen waar elementen nut hebben ten behoeve van de biodiversiteit en beleving.
  • Voor wat betreft het maaibeleid voor deze strook worden de richtlijnen van STIKA gevolgd. Dit kan verschillend zijn per akkerrandpakket (bv bloemrijke rand, kruidenrijke zoom,  graslandflora- en faunarand, akkerflora- en faunarand).
  • Het is niet toegestaan voornoemde strook te bemesten.
  • Het is niet toegestaan op voornoemde strook bestrijdingsmiddelen te gebruiken. (Trachten te voorkomen van drift van bestrijdingsmiddelen in deze strook).
  • Pleksgewijze bestrijding van probleemonkruiden op voornoemde strook (bijvoorbeeld Jacobskruiskruid) is alleen mogelijk in overleg
  • Op het grasland mogen geen chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt; 
  • Pleksgewijze bestrijding van probleemonkruiden (akkerdistel, jacobskruiskruid enz) is alleen mogelijk in overleg.
  • Het grasmengsel moet tenminste 2 grassoorten en kruiden en klavers bevatten
  • De bij het pachtobject behorende of omliggende landschapselementen (sloten, poelen, solitaire bomen en rijen van bomen en/of struiken op of binnen de perceelsgrens) worden in stand gehouden, het is niet toegestaan deze te verwijderen of te beschadigen.
  • Na een teelt worden altijd groenbemesters gebruikt.
  • Indien de pachter na het einde van de pacht nog werkzaamheden aan of op het pachtobject dient te verrichten, zoals oogsten of sloten schonen, dient de pachter van de verpachter hiervoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming te hebben verzocht en verkregen. Deze toestemming dient uiterlijk 1 maand van tevoren te worden verzocht. De uitvoering van deze werkzaamheden brengt niet met zich mee dat er sprake is van een voortzetting van de pachtovereenkomst. Het gaat enkel om incidenteel nog te verrichten werkzaamheden;
  • Vruchtwisseling 1 op 5 waarbij 3 jaar grasklaver of luzerne, 1 jaar mais (mits passend), 1 jaar vrije keuze (waarbij graan wordt gestimuleerd)
  • Maximaal 1 keer per 5 jaar een rooivrucht
  • Maïs alleen in een vruchtwisseling van 1 op 5 en enkel op percelen waarbij het open karakter van het landschap niet wordt aangetast. Dit wordt op kaart aangegeven.
  • In het totale bouwplan moet minimaal 10% graan zijn verzekerd. Kleinschalig ingericht.
  • Bij voorkeur worden bloeiende groenbemesters gebruikt. Welke dat zijn is afhankelijk van het vervolggewas en teeltplan.
  • Weidevogelbeheer is verplicht. Per perceel wordt met weidevogelbeheer besproken welke maatregelen hiertoe getroffen dienen te worden; bv nestdetectie of maaibeleid aanpassen.
  • Op bouwland worden middels dosering verlagende technieken terughoudend chemische bestrijdingsmiddelen ingezet en drift beperkende reducerende technieken toegepast.Pachter dient het gepachte te onderhouden, conform de gestelde voorwaarden in de onderhavige pachtovereenkomst en de Algemene Pachtvoorwaarden (versie 22 juli 2016), op te leveren.

 

Pachtpakket 2: Blijvend grasland, bestemming landbouw

  • Bestemming is blijvend grasland. Scheuren is enkel toegestaan wanneer het opnieuw wordt ingezaaid met gras.
  • Het is niet toegestaan langs beken en sloten voor  een minimale breedte van 10 meter te bemesten.
  • Het is niet toegestaan langs beken en sloten voor  een minimale breedte van 10 meter rondom het perceel te maaien en te begrazen voor 15 juli. 
  • Het is niet toegestaan langs beken en sloten voor  met een minimale breedte van 10 meter bestrijdingsmiddelen te gebruiken.
  • Op het grasland mogen geen chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt;  pleksgewijze bestrijding van probleemonkruiden (akkerdistel, jacobskruiskruid enz) is alleen mogelijk in overleg.
  • Het grasmengsel moet tenminste 2 grassoorten en kruiden en klavers bevatten.
  • De bij het pachtobject behorende of omliggende landschapselementen (sloten, poelen, solitaire bomen en rijen van bomen en/of struiken op of binnen de perceelsgrens) worden in stand gehouden, het is niet toegestaan deze te verwijderen of te beschadigen.
  • Indien de pachter na het einde van de pacht nog werkzaamheden aan of op het pachtobject dient te verrichten, zoals oogsten of sloten schonen, dient de pachter van de verpachter hiervoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming te hebben verzocht en verkregen. Deze toestemming dient uiterlijk 1 maand van tevoren te worden verzocht. De uitvoering van deze werkzaamheden brengt niet met zich mee dat er sprake is van een voortzetting van de pachtovereenkomst. Het gaat enkel om incidenteel nog te verrichten werkzaamheden;
  • Weidevogelbeheer is verplicht. Per perceel wordt met weidevogelbeheer besproken welke maatregelen hiertoe getroffen dienen te worden; bv nestdetectie of maaibeleid aanpassen.
  • Beweiding wordt gestimuleerd. In de periode 1 mei tot 1 november is beweiding toegestaan echter niet op de grasrandenstrook voor 15 juli;
  • Pachter dient het gepachte te onderhouden, conform de gestelde voorwaarden in de onderhavige pachtovereenkomst en de Algemene Pachtvoorwaarden (versie 22 juli 2016), op te leveren.

,,Boeren zijn de ambassadeurs voor een agrarisch cultuur-landschap”

Dal van de Kleine Beerze
Lees hier ons Privacy Statement

Delen